Leve de directeur! Hoera, hoera, hoera!

Willem Alexander is vandaag onze koning geworden. Of je nu republikein bent of koningsgezind, het is nu eenmaal een feit dat we een koninkrijk zijn. Geen gekozen staatshoofd, maar een troon met erfopvolging. Absoluut niet democratisch, maar volgens velen hebben we geluk met het huis van Oranje.

Hoe zit dat nou in organisaties? In stricte zin zijn dat al dan niet verlichte dictaturen. Ofwel er zit een directeur die zichzelf aangesteld heeft en opgevolgd wordt door zijn zoon of dochter (familiebedrijven lijken in zekere zin op koninkrijken), ofwel er zit een directie die verantwoording aflegt aan de aandeelhouders en de raad van commissarissen. En ook wel: een directeur die er gekomen is omdat zij/hij nu eenmaal ergens geplaatst moest worden.

Er is dan wel iets dat heel in de verte lijkt op een parlement, we noemen dat ondernemingsraad, maar vaak zijn dat tandeloze tijgers. En er zijn actiegroepen van buiten. Door de directie wel eens rebellen genoemd, door anderen vakbonden.

En wat zei die koning vandaag, terugverwijzend naar eeuwenoude documenten als de Acte van Verlatinghe? De koning is een dienaar voor het volk. Er zijn geen onderdanen, hoogstens ééntje, de koning zelf.

We wonen in één van de rijkste en gelukkigste landen van de wereld. Zou deze structuur van dienend leiderschap ook niet iets zijn voor onze organisaties? Is democratie iets engs?