Geluk en politiek

Het menselijk streven naar geluk, zoals zo prachtig vastgelegd in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, is vooral een persoonlijke zaak. Voor de politiek is er een bescheiden rol als facilitator en moet ze bij de indiviuen wegblijven. Dat bleef me tenminste bij na vertrek bij het symposium over Geluk en politiek, dat vandaag gehouden werd in Amsterdam. In de ochtend was het de vloer aan de deskundigen, al dan niet academisch.

Valerie Deprijcker uit Gent had studie gedaan naar de zaken die geluk beinvloeden en hoe de politiek daarvan gebruik zou kunnen maken. Centraal in alle argumenten over wel of niet geluk als thema voor de overheid is de afweging van de waarde van geluk naast andere waarden als vrijheid en autonomie. Met andere woorden: mag je mensen tegen hun wil in gelukkig maken? Mag je kennis over hoe mensen collectief gelukkiger zouden worden, gebruiken om regels op te stellen waar mensen zich aan moeten houden? Doet de politiek dat niet al, is dat niet de eigenlijke bedoeling van de politiek.

Eye openers zaten voor mij in de resultaten van het onderzoek van professor Ruut Veenhoven, die kon aangeven dat in Nederland de mensen hoog scoren op de eenvoudige vraag: “Hoe tevreden of ontevreden ben u momenteel met uw leven als geheel?”. Als je landen onderling vergelijkt, dan valt op dat er per land hoog gescoord wordt als de volgende aspecten goed op orde zijn:

  • kwaliteit van de overheid
  • welvaart
  • vrijheid
  • tolerantie

Binnen Nederland is het geluksgevoel voor 25 % afhankelijk van de omgeving (externe oorzaken) en voor 75% van “levensvaardigheid”, een interne oorzaak. Die laatste bestaat voor ongeveer gelijke delen uit: aangeboren vaardigheden (karakter), aangeleerde vaardigheden en levenskeuzes. De externe oorzaken worden vooral bepaald door de sociaal economische positie (inkomen, macht, status), het sociaal emotionele netwerk en toeval. Veenhoven vertelde dat het geluksgevoel in Nederland mogelijk verhoogd kan worden als de kwaliteit van de overheid omhoog gaat en als het klimaat van tolerantie gehandhaafd en zelfs verbeterd zou worden. In zijn ogen is dan ook een proces tegen Wilders geen slechte zaak. Daarnaast zou geluk een meetaspect moeten worden bij de kwaliteit van scholen en bejaardenoorden. Bij bejaardenoorden kan ik me daar iets bij voorstellen, zeker vanuit het idee dat bejaardenhuizen als doel hebben “kwaliteitsjaren” te leveren aan burgers in hun laatste levensfase.

Bij scholen heb ik veel meer moeite met het begrip geluk, hun primaire doel is volgens mij scholing, educatie, die weliswaar beter zal plaatsvinden als het leerklimaat goed is, maar dat is volgens mij niet het hoofddoel. Ook denk ik dat gelukkige mensen eerder achterover zullen leunen dan mensen die een streven hebben in de toekomst iets anders te zijn dan nu. Die creatieve spanning, je zou het ook jeuk kunnen noemen, draagt vaak niet bij aan geluk, maar wel aan werkzaamheid.

Naast het werken aan de externe factoren, mogelijk een zaak voor de politiek, noemde Veenhoven ook de mogelijkheid om te werken aan de interne factoren: een betere preventieve geestelijke gezondheidszorg en professionalisering van commerciele life-coaching (voor onder andere het bijstaan bij levenkeuzes) kunnen sterk bijdragen aan het geluksgevoel van burgers.

De dagvoorzitter, professor Heertje, relativeerde de waarde van geluk; volgens hem is de tegenwoordige aandacht voor geluk vooral het gevolg van de inflatie van de betekenis van de economie. Economie ging in het verleden vooral over de behoeftebevrediging van mensen, nu en in de toekomst voor zover deze afhankelijk is van de omgang met schaarse middelen. Een deel van wat nu onder het begrip geluk valt, hoort wat hem betreft bij de economie. Daar waar het niet gaat om schaarse middelen, Heertje noemde “goede sex” als een voorbeeld daarvan, is het niet meer het domein van de economie (en impliciet ook niet meer het domein van de overheid).

Na de lunch kwamen de politici aan het woord. Helaas heb ik alleen de bijdragen van Femke Halsema en Mei Li Vos kunnen bijwonen. Halsema sprak zich sterk ideologisch uit voor het gebruiken van de huidige drie crises (Energie/klimaat, voedsel en krediet) voor een ommezwaai naar het investeren in een duurzame samenleving. Meer ruimte voor collectief geluk, minder aandacht voor het individuele geluk. Iets waar Heertje het zeer mee eens kan zijn, gezien zijn stelling dat de huidige kredietcrisis slechts een kleine crisis is vergeleken met de andere problemen waar de wereld voor staat: daarmee staan ze recht tegenover Wouter Bos, die eerder verklaarde dat we ons momenteel niet de luxe kunnen veroorloven te werken aan duurzaamheid, nu we een crisis aan het bevechten zijn. Toch jammer….

Toen ik vanochtend naar Amsterdam ging, was ik in spanning of ik werkelijk naar iets toe zou gaan. Ik had me direct na de jaarwisseling ingeschreven voor dit wat obscuur aangekondigde symposium. Alle publiciteit die ik vond rond het symposium ademde een soort amateurisme uit, dat ik me niet verbaasd zou hebben als er helemaal niets geregeld was en dat ik met een handjevol mensen een kroeg in zou duiken om met elkaar te bespreken hoe we er nu zo in hadden kunnen tuinen.

Maar ….. niets van dat alles; ik kwam aan en er was een indrukwekkende hoeveelheid mensen en inderdaad stapte op het afgesproken tijdstip professor Heertje het podium op en begon op zijn geheel eigen wijze de dag in te leiden. Hij roemde aan het begin al de organisatie, met name Michiel Hobbelt, en daarmee wil ik ook afsluiten! Goed gedaan!