Is leeftijd van werknemers wel echt een issue?

Waarom wordt toch de discussie gevoerd over competenties van jongeren in vergelijking met die van ouderen? Waarom zou het een generatieissue zijn? 

Even voor de duidelijkheid: competenties omvatten veel van het menselijk kunnen en willen. Het gaat over kennis en vaardigheden en ook over attitude en motivatie. Discussies over leeftijdsspecifieke competenties hebben dan als vertrekpunt dat jongeren meer kunnen dan ouderen omdat hun 'hardware' nog fris en fruitig is. Zoewel op het fysieke als mentale vlak zijn er nog weinig effecten van slijtage te zien. De pro-ouderen school brengt daar dan tegen in: 'ja maar ervaring maakt ouderen tot experts, verder hebben ze veel kennis in de breedte die ze weten te verbinden wat hen een soort wijsheid geeft.

De discussie gaat uit van een statisch beeld van competenties. Ook bij jongeren tussen 20 en 30 verandert er veel in hun vermogens en er verandert heel veel tussen de competenties die iemand heeft toen zij 20 was en nu bijvoorbeeld 50 is.

Maar is het niet essentieel om te spreken over competenties waarvoor? Bijvoorbeeld de competentie om een bekwaan musicus te zijn. Vakmanschap is bij uitstek de verzameling aan competenties binnen een bepaald domein aan activiteiten die over tijd is uitgebreid, verfijnd en ingeslepen. Voorwaarde is dat de vakman in principe opent staat voor innovaties in dat vakgebied. 'In principe' omdat sommige vormen van vakbekwaamheid vrijwel niet veranderen, bijvoorbeeld tapijt knopen of andere oude ambachten. Dit soort vakman wordt steeds maar beter en kan haar werk 'op het ruggemerg' doen.

Waar het in de discussie over competenties en vakmanschap echt om draait is eerder de vraag of een werknemer de gelegenheid heeft gehad om min of meer gefocussed haar talenten te ontwikkelen. De werknemer die voortdurend, tot op latere leeftijd verschillend werk heeft verricht heeft een brede maar vaak ondiepe vakmanschap. Talent heeft dus twee dimensies diepgang en ingesletenheid. Een excellente jongere kan als talent gescoud worden maar nog lang geen expert zijn. Dat is dus wat gespecialiseerde oudere werknemers echt voor hebben. De kunst is dan om ze zo in te zetten dat ander werk in het 'transfergebied' ligt van de oorspronkelijke expertise.

Daarnaast moeten attitude en motivatie als onderdeel van competenties niet onderschat worden. het zijn versterkende (competentiegevoel) of verzwakkende gedragsbeinvloeders. Jonge laagopgeleide werknemers nemen nogal eens de houding aan van 'laat mij nou maar dit simpele werk doen, voor een dubbeltje geboren wordt nooit een kwartje'. Deze fatalistische insteek nemen ze hun leven mee en zo kunnen laagopgeleide oudere werknemers makkelijk een verkeerd stempel krijgen.