Waarom, waarom, waarom

We hebben het allemaal gedaan als peuter. Eindeloos vragen naar het waarom van de dingen. Waarom is het gras groen? Waarom is deze meneer boos? Waarom wordt het donker? En ieder antwoord leidde tot een nieuwe ‘waarom’ vraag. Op enig moment is die fase voorbij, dan hebben we ons als kind wellicht neergelegd bij het feit dat we nooit op alles antwoord krijgen, of is onze aandacht verschoven van het waarom van de dingen naar iets anders.  Uit onderzoek is gebleken dat deze ‘waarom fase’ een belangrijke stap is in de ontwikkeling van de communicatieve en cognitieve vermogens van het kind. Voordat de peuter begint met dit soort vragen, vraagt het kind vooral naar het wie, het wat of het waar. Vragen naar de feitelijkheid van iets. De stap naar het vragen naar het waarom, vergt veel meer denkvermogen en wijst erop dat het kind de wereld probeert te begrijpen, in plaats van alleen maar te ervaren.

Waarom stellen we onszelf als volwassenen en professionals zo zelden 'waarom' vragen? Begrijpen we alles dan zo goed? Of denken we dat we het allemaal zo goed begrijpen? Of vermoeien we onszelf liever niet met vragen naar de achtergronden of diepere betekenis van de fenomenen om ons heen?

In onze adviespraktijk levert het stellen van een goede ‘waarom’ vraag vaak verbluffende inzichten op. Het opent de poorten van het bewustzijn, waarna het zien van waar men mee bezig is, of waar men naar toe wil ineens helder voor het geestesoog verschijnt. Socratisch filosofen wisten al dat het drie keer stellen van een goede ‘waarom’ vraag een mens tot de kern kan brengen van een vraagstuk, hoe complex dat ook mag lijken. Onze praktijk wijst uit dat het doorvragen naar het ‘waarom’ in organisaties helderheid kan scheppen over waar men nu eigenlijk mee bezig is, of zou moeten zijn. Zo eenvoudig als deze wijsheid in feite is, zo onverklaarbaar is het dat de meeste organisaties hier nauwelijks mee bezig zijn. Hun activiteiten worden vaak gestuurd door het wat, het wie of het waar, met als volgende vraag het hoe. Daarom is bij veel commerciële ondernemingen het ‘waarom’ vaak niet meer dan een financiële doelstelling en bij (semi)publieke instituten een verwijzing naar de blote taken van de organisatie. Er wordt simpelweg niet over nagedacht.

Deze week heb ik mij weer eens mateloos geërgerd aan de NS. Ruim op tijd vertrokken van huis om op tijd op een zakelijke afspraak te arriveren, knikkerde de NS zomaar, zonder enige mededeling voor- of achteraf, een intercity uit de dienstregeling. Het was een normale voorjaarsdag, geen bladeren, geen sneeuw, geen vorst- of windschade, niets aan de hand zou je zeggen. Dolgraag zou ik de directie van de NS drie keer een goede ‘waarom’ vraag willen stellen, om antwoord te krijgen op de vraag waartoe de NS denkt dat zij op aarde is. En wat dat betekent voor de wijze waarop ze dingen doen en hoe dat zich vertaalt naar diensten en producten. Het grootste probleem van de NS is misschien wel dat de focus ligt op het wie, het wat en het waar. Op de ‘makkelijke’ vragen die het kind stelt voordat die al die moeilijker te beantwoorden begint te stellen. En is men het ‘waarom’ volstrekt vergeten.  

Waarom is dat toch, vraag ik mij af.