Peilingen zijn palingen

Deze nogal jolige stelling, ooit gelanceerd door Mark Rutte, waarmee een POW-nieuws verslaggever tijdens de verkiezingscampagne een aantal politici confronteerde, leverde een serie gefronsde voorhoofden, onzekere glimlachjes of glazige blikken op, waaruit de kijker kon afleiden dat de geïnterviewde enigszins van zijn of haar stuk was gebracht.

De stelling bleef in mijn hoofd ronddwalen tot het moment dat de opiniepeilers met hoongelach werden weggezet omdat ze er overduidelijk zo ver naast hadden gezeten. Ik zag als bij toverslag een emmertje palingen voor mijn geestesoog verschijnen.

Peilingen zijn slechts peilingen, geen prognoses, was mijn eerste gedachte. Dat bleek maar weer. Ze geven een virtuele situatie weer. Zoals de aandelenkoersen de virtuele waarde van aandelen uitdrukken, geven de verkiezingspeilingen de virtuele waarde van politici weer. En dat zijn dagkoersen. Als de vergelijking hiermee ophoudt, dan is er eigenlijk niet zoveel aan de hand, maar de vergelijking gaat ook verder: zoals stemmingen op de beurs de waarde van aandelen stevig kunnen beïnvloeden, is het politieke landschap – zoals is gebleken – zeer beïnvloedbaar voor stemmingen die worden aangewakkerd door peilingen. Van een virtuele strijd tussen Roemer en Rutte voor het premierschap, kantelde het beeld in enkele dagen tijd naar een “titanenstrijd” tussen Rutte en Samsom. Feitelijk een virtuele strijd. Een strijd die werd aangewakkerd door beeldvorming in de media op basis van de peilingen. Het heeft  wellicht miljoenen kiezers aangezet tot het leveren van een strategische stem in plaats van een keuze voor een partijprogramma of kandidaat waar men meer in gelooft. In een parlementaire democratie nogal riskant, meen ik.

Peilingen zijn palingen. Het blijft rondzingen in mijn hoofd. Ze glibberen alle kanten op, je hebt er nauwelijks vat op. Het idee dat zulke belangrijke momenten als de nationale verkiezingen gegijzeld lijken te worden door een virtuele realiteit beangstigd me.  Maar ook een virtuele realiteit is een vorm van realiteit en kan – zo blijkt ook hier maar weer – werkelijkheid worden.

Dit gegeven, dat beeld en werkelijkheid ver van elkaar kunnen staan, maar elkaar ook stevig kunnen beïnvloeden, intrigeert me. Voor je het weet wordt een virtueel beeld werkelijkheid. Herkennen we dit niet in talloze andere situaties in ons leven of ons werk? En wat doe je dan met dit inzicht? Hoe win je een virtuele strijd, als je daarin de verliezer lijkt? Of hoe kun je de werkelijkheid in je voordeel beïnvloeden door gebruik te maken van beelden? En hoe onderscheid je eigenlijk een virtuele werkelijkheid van de feitelijke situatie? Hoe blijf je meester over je eigen situatie?